U

Werkgeluk centraal in ING’s nieuwe cao

In de nieuwe cao van ING staat het werkgeluk van de 14 duizend medewerkers centraal, zo valt afgelopen vrijdag in de Volkskrant te lezen. De bank gaat experimenteren met onbeperkt verlof opnemen en komt tegemoet aan de wens van medewerkers voor meer flexibiliteit en eigen regie. Naar eigen zeggen wil de bank zo bijdragen aan de individuele ‘purpose’ van zijn medewerkers en daarmee aan hun zingeving.

Het is een mooi resultaat dat vakbonden en werkgever hebben geboekt en dat het innovatieve karakter van de nieuwe cao onderstreept. Dat is ook nodig, want de arbeidsrelatie in Nederland verandert sterk en zal de komende jaren op een nieuwe leest geschoeid moeten worden. Voor de medewerkers van ING is het in ieder geval een goede stap voorwaarts, maar het lijkt ook een gemiste kans om het thema werkgeluk breder vorm te geven.

In de nieuwe cao richt dat werkgeluk zich namelijk vooral op de erkenning van de individuele behoeften van medewerkers. Meer flexibiliteit om naar eigen inzicht een gezonde werk-/privé-balans te realiseren, persoonlijke ontwikkeling te stimuleren en vrije tijd op te nemen als dat nodig is. Dat past in een trend van toenemende autonomie van medewerkers die nu zelf verantwoordelijk zijn voor hun duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.

Die verantwoordelijkheid wordt door veel werkgevers overigens wel erg eenzijdig bij medewerkers neergelegd. Terwijl deze zelf een belangrijk aandeel hebben in de hoge werkdruk die medewerkers ervaren en waarin deze in sommige sectoren zoals de zorg en het onderwijs langdurig worden overvraagd. Zo plaatst ING de nieuwe cao in de context van de voortgaande digitalisering van organisaties, die in de nabije toekomst veel functies ingrijpend gaat veranderen of overbodig maken. Hier stelt de bank zijn eigen purpose duidelijk boven die van de medewerkers en blijft er voor de laatste weinig te kiezen over. Hun autonomie wordt stevig afgebakend binnen de marges die door de bank worden bepaald. Individuele autonomie wordt zo een ‘schijn’-autonomie, waarin medewerkers zelf weinig te vertellen hebben over hun arbeidstoekomst binnen ING.

Het werkgeluk van medewerkers hangt overigens maar voor een klein gedeelte af van individuele regelruimte. Minstens zo belangrijk is de invloed die zij hebben op de inhoud van hun werk, op de kwaliteit van werkrelaties, de waardering van leidinggevenden voor hun bijdragen en op wat ik noem de morele component van de arbeidsrelatie. ING zou er bijvoorbeeld goed aan doen om de schaamte weg te nemen die veel medewerkers voelen door de witwaspraktijken die de bank blijft achtervolgen. Wil ING het werkgeluk werkelijk tot leidend principe van zijn arbeidsrelatie met medewerkers maken, dan is een veel bredere invulling ervan nodig.

Ook de vakbond heeft hier volgens mij een kans laten liggen om het begrip ‘werkgeluk’ breder aan te vliegen en zo op vernieuwende wijze invulling aan het vakbondswerk te geven. Bijvoorbeeld door op zoek te gaan naar een nieuwe vorm van solidariteit tussen werkgevers en werknemers, een die hun wederkerigheid versterkt en nieuwe vormen van zekerheid biedt, anticiperend op de sterk veranderende arbeidsmarkt. Ik hoop van harte dat dat de volgende stap wordt!